Nieuws

Watering overtuigt landbouwers van beheer beekranden

Watering overtuigt landbouwers van beheer beekranden

19/06/2011 - VILT

Een doordacht beheer van beekranden draagt in belangrijke mate bij tot de verbetering van de waterkwaliteit en de biodiversiteit. Omdat deze stroken langs beken deel uitmaken van landbouwpercelen, is een essentiële rol weggelegd voor landbouwers. De Limburgse watering De Dommelvallei hielp zestig landbouwers overtuigen om op vrijwillige basis mee te werken aan het beekrandenbeheer via een beheerovereenkomst.

De eerste wateringen ontstonden in de 12e eeuw. Oorspronkelijk waren het verenigingen van grondeigenaars en gebruikers die gronden drooglegden voor de landbouw. Vandaag werken deze lokale instellingen vooral aan een modern, lokaal en integraal waterbeleid. De wateringen beheren de onbevaarbare, kleinere waterlopen die van lokaal belang zijn. Dat houdt alle werken in op het vlak van ruiming, onderhoud en herstellingen, met aandacht voor zowel waterkwantiteit als -kwaliteit. De watering De Dommelvallei situeert zich in Noord-Limburg en bestrijkt de gemeenten Peer, Hechtel-Eksel, Overpelt en Neerpelt. Het ambtsgebied situeert zich in het
Maasbekken en heeft een oppervlakte van ongeveer 1.830 ha. De watering speelt een actieve rol in het project ‘Beekrandenbeheer in het stroomgebied van de Dommel en deWarmbeek’ dat financieel gesteund wordt door het Europees Fonds voor Regionale
ontwikkeling.

Beekranden kunnen worden gedefinieerd als bufferstroken van meestal zes meter breed langs waterlopen in landbouwgebied. Landbouwers die bereid zijn deze stroken niet te bemesten, er geen gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en ze op een latere datum te maaien, kunnen van de Vlaamse Landmaatschappij (VLM) een beheervergoeding
krijgen die wordt berekend op basis van het productieverlies en de beheerkosten. Ongeveer 70 procent van de beheerovereenkomsten perceelsrandenbeheer in de regio werd afgesloten via bemiddeling van watering De Dommelvallei. “De respons van de meeste landbouwers is positief, mede dankzij de inzet van onze projectleider Annelies Gorissen”, benadrukt Johan Hillen, voorzitter van de watering. Niet minder dan zestig landbouwers nemen op vrijwillige basis - wat hun betrokkenheid vergroot - deel aan het project.

Samen beheren ze nu al meer dan dertig kilometer beekranden. De watering werkt erg lokaal, toch blijft een globale visie belangrijk. “Een
grensoverschrijdende aanpak en een integrale visie zijn noodzakelijk. Want een beek bron eigen verslaggeving stopt natuurlijk niet aan de Belgisch-Nederlandse grens. We willen ook zoveel mogelijk aaneengesloten stroken creëren, zonder onderbrekingen”, zegt Hillen.

Eind dit jaar loopt het project af. Beheerovereenkomsten die dit jaar werden afgesloten, lopen nog vijf jaar door. Wat er daarna gebeurt, is niet helemaal duidelijk. “De vruchten van ons werk mogen niet verloren gaan”, besluit Hillen. “Er wordt nu al uitgekeken naar
middelen om het project te verduurzamen. Want een doordacht beekrandenbeheer is en blijft van fundamenteel belang. Als de kwaliteit van het beekwater en ook het oppervlaktewater wordt verbeterd, heeft iedereen daar immers baat bij.”